Voorkomen van resistente vliegenpopulaties onderdeel van succesvol beheersingsplan

Print page

Vliegen bestrijden blijft een grote uitdaging. Resistentie is één van de bijbehorende uitdagingen. Op den duur worden vliegen ongevoelig voor de actieve stof in een bepaalde insecticide en blijven ze voortbestaan ondanks de nodige inspanningen van de bestrijder.

En u weet het waarschijnlijk al maar, vliegen kunnen zich ontzettend snel vermenigvuldigen. Overlastsituaties vragen dus om adequate acties. Hoe? We leggen dat graag aan u uit.

Wat betekent resistentie bij vliegen?

Sommige vliegen kunnen toevallig ongevoelig zijn voor de gebruikte insecticide. Dit zijn de zogenoemde resistente vliegen. Resistentie is een erfelijke eigenschap en daardoor zullen de nakomelingen van deze resistente vliegen ook minder gevoelig zijn. In een vroeg stadium is de ontwikkeling van een resistente populatie nog omkeerbaar, echter alleen indien de selectiedruk verdwijnt. Wanneer de bestrijder met het betrokken vliegenmiddel stopt, kan de vliegenpopulatie zijn oorspronkelijke gevoeligheid voor dit vliegenmiddel herwinnen. Wanneer men het vliegenmiddel blijft herhalen dan zal het aandeel resistente vliegen per generatie toenemen. Uiteindelijk leidt dit er toe dat na enige tijd de resistentie onomkeerbaar wordt. Zelfs wanneer men stopt met het gebruik van het betrokken vliegenmiddel zullen er toch steeds een aantal resistente vliegen overblijven. (bron: Medische Milieukunde, 2005) Belangrijk is dat u bij de eerste tekenen van verminderde  gevoeligheid bij hetgebruikte vliegenmiddel over gaat naar een andere groep vliegenmiddelen met een andere actieve stof. Let er hierbij opdat vliegenmiddelen van een verschillend merk toch dezelfde actieve stof kunnen bevatten. Naast de actieve stof is het formuleringstype ook belangrijk. Het formuleringstype zorgt ervoor dat de molecule ordt beschermd en doeltreffend kan
worden ingezet.

Adequate aanpak

In het kader van resistentie management is het belangrijk om vliegenmiddelen (de actieve stoffen) regelmatig af te wisselen. Om dit planmatig te kunnen doen heeft Bayer een integrale aanpak ontwikkeld waarmee u voorbereidingen ter preventie treft én tijdig en adequaat op overlast situaties kunt reageren: 1. Hygiëne handhaving: de allerbelangrijkste stap is en blijft de hygiëne op uw bedrijf. Houd uw koeien en kalveren schoon van melkresten, zweet en mest. Sluit voedselbronnen af en veeg uw paden schoon. Zorg daarnaast voor goed geventileerde ruimtes. Vliegen houden namelijk niet van tocht en wind. 2. Larven bestrijden: een larve die niet voor april gedood is kan tot augustus schade veroorzaken. Behandel mogelijke broedplaatsen. Voorkomende plaatsen kunnen plekken zijn waar mest, stro en voedselresten blijven liggen zoals rond voerbakken, dicht bij muren, spleten en goten. 3. Mechanisch bestrijden: zet kleefvallen en/of elektrische vliegenvangers in als
doeltreffend controle middel. Let op: door de vrij stoffige stalomgeving zijn deze middelen niet toereikend om als enige bestrijdingsmiddel de populatie onder controle te houden. 4. Lokaas instrijken: volwassen vliegenmiddelen gebruik je pas wanneer de vliegenoverlast begint, meestal wanneer de temperatuur gaat stijgen (rond mei). QuickBayt WG bevat zowel een actieve stof als een lokstof en is daarmee een krachtig strijkmiddel in dierenverblijven. 5. Bespuiting uitvoeren: tijdens de grootste overlastperiode is het aan te raden om een doeltreffend suspensieconcentraat in te zetten. K-Othrine SC 7,5 is zo‘n product en is recentelijk toegelaten als middel tegen vliegenoverlast in dierverblijven. De producten QuickBayt WG en K-Othrine SC 7,5 bevatten beide verschillende actieve stoffen en kunnen gedurende de overlast periode afgewisseld worden. Het is dus als melkveehouder erg van belang om planmatig en vroegtijdig op te treden tegen vliegenoverlast. Zo houdt u uw koeien, kalveren, medewerkers én u zelf tevreden. Wilt u meer weten over de aanpak, de producten of heeft u een vraag? Contacteer onze expert Stein Demeulemeester via stein.demeulemeester@bayer.com of op het nummer 0478/99 26 24.